Behandeling instabiliteit schouder

Er zijn verschillende operatietechnieken die de stabiliteit van uw schouder kunnen herstellen. Afhankelijk van de mate van instabiliteit, de beschadiging van het weefsel van het schoudergewricht en eventueel eerder uitgevoerde operaties aan uw schouder, stelt de arts vast welke operatie geschikt is.

Arthroscopisch hechten van het labrum

De schouderkom is eigenlijk iets te vlak voor de schouderkop. Rondom de kop zit een stevige bandvormige ring van elastisch kraakbeen, het labrum genoemd. Hierdoor wordt de oppervlakte van de kom iets vergroot, zodat de schouderkop er beter in past. Vanuit het labrum vertrekt boven aan de voorzijde van de schouder een van de twee pezen van de bicepsspier richting de bovenarm.

Als het labrum gescheurd is, kan het zachte materiaal van labrum klem komen te zitten tussen het kommetje van de schouder en de kop van de bovenarm. Deze scheur kan de pijn veroorzaken wanneer de schouder bewogen wordt. Scheuren ontstaan vaak op bepaalde plaatsen: bovenaan of net onder het midden van het kommetje.

 
De operatie

Het doel van de operatie is het stabiliseren van het schoudergewricht. Dit gebeurt via een kijkoperatie (arthroscopie), waarbij de beschadigde kraakbeenring (labrum) met kapsel wordt teruggehecht op de rand van de schouderkom. Dit gaat met behulp van schroefjes (zogenaamde ankers) in de rand van de schouderkom. Deze methode wordt ook wel een Bankartrepair genoemd.

Complicaties

Zoals bij elke operatie bestaat ook bij een schouderoperatie het risico dat een infectie of nabloeding optreedt. Deze kans is erg klein. Verder kan na deze operatie voorkomen:

Na de operatie

Na de operatie krijgt u gedurende 4 weken een draagdoek (immobilizer) die u dag en nacht moet dragen. Wel mag u de arm er regelmatig uithalen om de elleboog te strekken. U mag uw geopereerde arm niet naar buiten draaien of de arm meer dan 90 graden heffen. Na vier weken gaat u onder begeleiding van de fysiotherapeut uw actieve bewegingen uitbreiden.

Controle

U krijgt na de operatie een afspraak mee voor poliklinische controle. De eerste vier weken in deze periode dient u de bewegingsuitslag van de schouder te beperken. Het kapsel en het bindweefsel hebben tijd nodig om goed vast te groeien aan de kom. Om te voorkomen dat de schouder vast gaat zitten moet u koffiemaal bewegingen maken, terwijl u de immobilizer om houdt. In het begin zijn deze bewegingen pijnlijk, maar dienen toch te worden uitgevoerd. In geen geval dient u de immobilizer in de eerste vier weken af te laten, ook al heeft u geen pijn.

Van de vijfde week tot ongeveer drie maanden na de ingreep leert u onder leiding van uw fysiotherapeut de bewegingsuitslag te vergroten en de coördinatie en kracht te verbeteren. Het is erg belangrijk om de kracht en de coördinatie van de rotator cuff spieren te vergroten. Deze spieren helpen bij de controle en stabiliteit van de schouder. U kunt in deze periode weer beginnen met werken. Dit is uiteraard afhankelijk van de inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak na 2-4 weken hervat worden. Zwaarder lichamelijk werk kan vaak pas na drie maanden hervat worden.

Latarjetprocedure 

Bij veel instabiliteit of bij grote kans of hernieuwde instabiliteit (sport) kan ervoor gekozen worden om een stukje bot van het schouderblad af te zagen. Dit botblokje wordt samen met de pezen die eraan vastzitten getransplanteerd naar de schouderkom. Het wordt vastgemaakt met één of meer schroefjes. De pezen zorgen voor extra stevigheid zodat het gewricht niet opnieuw uit de kom schiet.

Complicaties

Zoals bij elke operatie bestaat ook bij een schouderoperatie het risico dat een infectie of nabloeding optreedt. Deze kans is erg klein. Verder kan na deze operatie voorkomen:

Na de operatie

Na de operatie krijgt u gedurende 4 weken een draagdoek (immobilizer) die u dag en nacht moet dragen. Wel mag u de arm er regelmatig uithalen om de elleboog te strekken. U mag uw geopereerde arm niet naar buiten draaien of de arm meer dan 90 graden heffen. Na vier weken gaat u onder begeleiding van de fysiotherapeut uw actieve bewegingen uitbreiden.

Controle

U krijgt na de operatie een afspraak mee voor poliklinische controle. De eerste vier weken in deze periode dient u de bewegingsuitslag van de schouder te beperken. Het kapsel en het bindweefsel hebben tijd nodig om goed vast te groeien aan de kom. Om te voorkomen dat de schouder vast gaat zitten moet u koffiemaal bewegingen maken, terwijl u de immobilizer om houdt. In het begin zijn deze bewegingen pijnlijk, maar dienen toch te worden uitgevoerd. In geen geval dient u de immobilizer in de eerste vier weken af te laten, ook al heeft u geen pijn.

Van de vijfde week tot ongeveer 3 maanden na de ingreep leert u onder leiding van uw fysiotherapeut de bewegingsuitslag te vergroten en de coördinatie en kracht te verbeteren. Het is erg belangrijk om de kracht en de coördinatie van de rotator cuff spieren te vergroten. Deze spieren helpen bij de controle en stabiliteit van de schouder. U kunt in deze periode weer beginnen met werken. Dit is uiteraard afhankelijk van de inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak na 2-4 weken hervat worden. Zwaarder lichamelijk werk kan vaak pas na drie maanden hervat worden.